Een biotoop is een
ruimtelijk begrensde leefomgeving waarin specifieke planten, diersoorten en
mensen verblijven en actief zijn. Het is een fysieke plek met de karakteristieke
factoren die een levensgemeenschap nodig heeft.
Elke ochtend zijn ze er ongeveer
net zo vroeg als ik. Zes uur in de ochtend; zo’n drie kwartier voor het licht
wordt. De trupiaal en de chuchubi fluiten er al lustig op los wanneer ik mijn
auto parkeer naast de Batidokraam op de nog lege parkeerplaats bij de Centrum
Super Market, vijf minuten van ons huis vandaan. Misschien wat vreemd om eerst
een stukje de auto te nemen om vervolgens vijf kilometer te gaan wandelen. Maar
daar is een goede reden voor. De wegen hier op Curaçao hebben geen voetpaden en
ook de bermen zijn meestal smal, ongelijk en begroeid met prikkende struiken.
Wandelen is, zeker in het donker, niet aan te bevelen. Maar bij de supermarkt
waar ik zojuist heb geparkeerd, loopt een vierbaans weg met aan weerzijde een
vrij liggend fietspad en voetpad over een lengte van ruim twaalfhonderd meter.
En dat stuk, met een beetje vals plat, loop ik sinds anderhalve maand elke
ochtend twee keer heen-en-terug.
Met de lampen van mijn auto zet ik
de visboer in het licht. Vijf dagen in de week is hij daar om zes uur bezig om
vissen, altijd red snappers, schoon te maken. Hij heeft zijn pick-up truck
geparkeerd onder een grote boom en naast een provisorische tafel gemaakt van
pallethout. Die tafel staat met een ketting vast aan de boom en blijft daar dag
en nacht staan. Zijn weegschaal heeft hij aan een tak van de boom gehangen. Op
de klep van zijn pick-up staan de koelboxen met verse vis. Zodra ik uitstap
kijkt hij om en roept me vrolijk toe: “Bon dia, bon dia, tur kos ta bon?”
Wanneer ik mijn oortjes in mijn
telefoon stop en de podcast open die ik aan het luisteren ben, rijdt een witte
Kia cross-over achter mijn auto langs. De chauffeuse toetert kort en zwaait
naar me. Het is de mevrouw van de Batidokraam. Wanneer ik over een uurtje klaar
ben met wandelen, is het licht en is ze
open. Meestal heeft ze het dan druk. Ze maakt verse vruchtendranken en verkoopt
pastechi’s en koffie. Op zaterdagochtenden drink ik een kopje koffie bij haar
en neem voor mijn vriendin een lekkere batido mee.

Ik start de podcast, loop langs de
visboer en steek de weg over. Nu kan dat nog makkelijk en veilig, er is nog
weinig verkeer. Aan de overkant van de weg is een bushalte. Elke ochtend zitten
dezelfde drie mensen er op de bus te wachten en iets naast de bushalte staat
elke ochtend dezelfde man. Ik groet ze allemaal beleefd met een ‘bon dia’ en op
de maandagen met een ‘bon siman’. Meest typerende van de drie op de bank, is een
kleine oudere meneer. Ik denk zo’n vijfenzeventig jaar. Hij heeft altijd een
oud transistorradiootje in zijn hand en luistert daarmee naar een lokale
zender.

Iets voorbij de bushalte draai ik
naar links het voet-fietspad op. In een rechte lijn loop ik naar de rotonde die
ruim twaalfhonderd meter verderop ligt en weer terug. En dat doe ik dus twee
keer. Het is een populaire plek om te wanden en hard te lopen. Nu ik dat zes
weken lang, dagelijks doe, is er een aantal mensen die ik regelmatig tegenkom. Sommigen
zijn er vaak en anderen soms. In mijn hoofd geef ik ze een naam en ik fantaseer
waar ze vandaan komen en wat ze de rest van de dag zullen doen.
Vrolijke Frans is iets
kleiner dan ik ben, een jaar of vijfendertig, draagt een grote koptelefoon en
lacht altijd. Wanneer we elkaar tegenkomen krijg ik altijd een dubbele
‘thumbs-up’ van hem. Ook wanneer we elkaar die dag drie of vier keer tegenkomen
bij het op en neer lopen. Ik denk dat hij iets doet in de zorg.
Jut en Jul is een echtpaar,
althans dat denk ik. Allebei dun. Hij is bijna twee meter lang en zij vijftig
centimeter korter. Beiden hebben een wat norse blik en ik heb ze nooit met
elkaar zien praten. Ik denk dat zij een rondje lopen in plaats van hetzelfde
stuk op en neer. Ik kom ze altijd maar een keer tegen. Ik denk dat ze al
langere tijd in de villawijk hierachter wonen, niet meer werken en in een sleur
zijn beland.
Happy Arms is een lange
slanke mooie man. Zijn uiterlijk en zijn kleding zijn zeer verzorgd; ik denk
dat hij gay is. Tijdens het wandelen, zwaait hij met zijn onderarmen, die hij
horizontaal houdt, heen en weer. Prima voor het verbranden van extra calorieën
en het ziet er grappig uit. Bij elke keer dat we elkaar tegenkomen, groeten we
elkaar met ‘bon dia’. De eerste keer luid en de keren erop wat zachter. Ook van
hem denk ik dat hij iets in de zorg doet.
Good Doctor is een
hardloper. Lang met een atletisch uiterlijk en een horloge waarop hij zijn
tijden bijhoudt. Hij loopt net als ik een aantal keren op en neer. Door het
tempoverschil beperkt groeten zich tot een eerste keer een snel ‘bon dia’ en de
volgende keren tot een knikje met het hoofd. Ik denk dat hij arts, al dan niet
aan het specialiseren, is en in het Curaçao Medical Center werkt.
Dog Lady is een kleine tengere
dame van zo’n veertig jaar die een keer op en neer loopt. Ze heeft altijd vier
honden aan de lijn bij zich: drie witte poedeltjes en een Westpointer. De
poedeltjes elk aan een kleurrijke dunne lijn en de Westpointer aan een stoere
dikke lijn. Ze loopt een stukje langzamer dan ik. Wanneer ik haar achterop loop
en ga inhalen is er telkens een poedeltje dat alsmaar blijft omkijken totdat ik
heb ingehaald. Daar maken we dan een grapje over. Ik denk dat zij ambtenaar is
en ook in de villawijk hierachter woont.
Fleece Girl is half twintig
en haar voortbewegen is meer slenteren dan wandelen. Ze heeft werk gemaakt van
haar outfit. Altijd een groot fleece pak bestaande uit een lange broek en een
hoodie waarvan ze de capuchon ook altijd op heeft. Ik krijg het er warm van. Ik
heb haar outfit inmiddels in drie verschillende felle kleuren gezien. Vanonder
de enorm dikke capuchon, komt altijd een vriendelijk ‘bon dia’ wanneer we
elkaar kruisen. Ik denk dat ze in een winkel werkt.
Na vijfenvijftig minuten te hebben
gewandeld, zit de vijf kilometer erop. Ik steek weer over naar de parkeerplaats
waar mijn auto staat. Nu is dat lastiger omdat de ochtendspits in alle
hevigheid gaande is. Ik loop langs de Batido-mevrouw en wens haar een fijne
dag. Steevast antwoordt ze met ‘te mañan’. Bij de auto ontkoppel ik mijn
telefoon en oordopjes en terwijl ik instap roep ik naar de visboer ‘te mañan’
waarop hij traditioneel reageert met ‘ku Dios ke’.
Elke keer geniet ik van dit
bijzondere stukje Curaçao met zijn wegen, begroeiing, vogels, verkeer en
mensen. En weer thuis gekomen ga ik geconcentreerd en ontspannen verder met schrijven.
Trupiaal = geel/zwarte zangvogel
Chuchubi = grijze merelachtige zangvogel
Bon dia = goede morgen, goedendag
Tur kos ta bon? = is alles goed?
Pastechi = pasteitje
Westpointer = Curaçaos hondenras
Te mañan = tot morgen
Ku Dios ke = met Gods wil
Geen opmerkingen:
Een reactie posten