In januari 2020, twee maanden voor de Corona uitbraak, gingen we voor het eerst naar Curaçao. Om een weekje de winter in Nederland te ontvluchten en omdat we daar nog nooit waren geweest. In de week daarvoor was ik in Malaga en omgeving om daar te ontdekken dat het voor ons geen ideale regio was om ons leven voort te zetten. Want dat plan hadden we al geruime tijd: verhuizen naar een plek waar de zon meer schijnt, het leven zich in een trager tempo afspeelt en waar letterlijk en figuurlijk meer ruimte is.
Op de derde dag van ons verblijf op dat schitterende eiland Curaçao, trokken we de voorlopige conclusie dat we daar wel op onze plek waren. En toen begon het nadenken en fantaseren over hoe dat dan is, wonen op zo’n eiland. Wat gaan we er doen, waar gaan we wonen en wat moeten we regelen. Door een verschrikkelijke terugvlucht (heel veel vertraging, een oud gecharterd Portugees toestel met een dito cabin crew) kregen we ons geld van de tickets terug. Dat kwam mooi uit; konden we snel weer terug om verder te onderzoeken of Curaçao inderdaad onze toekomstige woonplaats zou worden. Als gevolg van de Coronapandemie werd de eerste mogelijkheid september 2020. Die week dat we er waren keken we nog bewuster dan in januari naar zaken als wonen en ondernemen op het eiland. Ons plan om naar Curaçao te verhuizen kreeg wat meer vorm en vastigheid.

In de maanden daarna werd ons besluit definitief, slaagde Jeannette erin haar winkel in Nederland te verkopen en startten we de voorbereiding voor ons vertrek. En zo kochten we in december 2020 een zeewaardige container van zes meter. De MANU-2980504. Hij stond op de Combi Terminal Twente (CTT) en kreeg daar een ereplaatsje, vlak bij het kantoor van de terminalbeheerder, naast de manschappenkantine. Handig want zo konden wij er steeds weer wat spullen inzetten.
En dan komt de dag dat MANU alvast op pad gaat naar Curaçao. Op 12 september vertrok hij, verzegeld en wel, op het elektrisch aangedreven binnenvaartschip de Borelli. Hij ging van CTT Hengelo naar de diepzee terminal op de Rotterdamse Maasvlakte. En laat hij meteen na vertrek uit Hengelo nou Almelo aandoen. Omdat we de Borelli volgden op Marine Radar, konden we precies zien waar hij was. Jeannette sprong op de fiets en filmde de vaart door Almelo. Je ziet MANU op het tweede deel van het schip dat in beeld komt. Het is die kleine blauwe!Na een ongetwijfeld prachtige tocht door Hollands rivieren, belandde hij dus bij de grote jongens op de Maasvlakte. Daar werd hij op 16 september geladen op het vrachtschip de Elba. De Elba vertrok op 21 september uit Rotterdam en ging via Aruba naar Curaçao. De verwachtte aankomstdatum was 8 oktober.
Zelf vlogen we op 6 oktober naar het eiland en we zagen, ook weer via Marine Radar, de Elba al in de buurt van Aruba varen. Keurig volgens planning lag de Elba met onze MANU aan boord in de haven van Curaçao.
Toch zou het nog 20 dagen duren voor we de deuren van MANU konden openen. Dat lijkt een eeuwigheid maar hier op het eiland is dat niet heel erg lang. De eerste vijf dagen gingen zo’n beetje op aan het uitladen van de ELBA. Een plekje vinden voor MANU op de terminal in de haven. Het formele bericht aan de douane maken dat MANU was aangekomen en wat hij vervoerde. Dan is het ook nog even weekeinde natuurlijk.
Gelukkig zorgde de agent hier op het eiland er wel voor dat MANU na zes dagen van de terminal werd gehaald. Anders zou de stalling daar tot hoge kosten leiden. Met nog steeds het zegel uit Nederland intact werd MANU zo dicht mogelijk bij de winkel op Mambo Beach BLVD gezet. In afwachting van de douanier die hem zo inklaren.
De volgende vijf dagen was er regelmatig overleg tussen douane, de agent hier van onze vervoerder en ons. Allemaal logische zaken zoals: de rolcontainers waarin de huisraad is “verpakt”, maken geen onderdeel uit van de huisraad. De rolcontainers moeten dus officieel worden ingevoerd. En dan duurt het ook weer even voor iedereen hetzelfde beeld heeft bij “rolcontainer” en dus hetzelfde beeld heeft over de douane-waarde daarvan. En dat is het ook weer weekeinde.Omdat we nog niet officieel staan ingeschreven op Curaçao, kunnen we de inboedel niet meteen invoerrechtenvrij binnenbrengen. We moesten een borg (ter hoogte van de invoerrechten) betalen en die kunnen we binnen zes maanden terugvragen. En dat zorgde ervoor dat de container pas mocht worden geopend, in aanwezigheid van een douanier. En daar was grote drukte. Maar op 28 oktober was het dan toch zo ver. Het zegel mocht er af en de deuren mochten open. Na een zorgvuldige globale inspectie van de inhoud en de controle van het chassisnummer van de motor die mee was gekomen, was alles in orde.
Nu eens kijken wat we met MANU gaan doen in de toekomst.




