donderdag 22 april 2021

"Showroom" in Penstraat Curaçao (1)

 

Vroeger was er een televisieprogramma waarin excentriekelingen in beeld werden gebracht. Dat heette Showroom. Mooiste voorbeeld vind ik nog altijd het oude baasje Dirk van Noort die niet geloofde dat de mens op de maan was geland en in hartelijk lachen uitbarstte wanneer iemand hem probeerde te overtuigen daarvan. “En gij geleuft dat?” gierde hij dan van het lachen. 

Dirk van Noort
Dirk van Noort

Een andere aflevering die bekend is geworden was die waarin Jean Prick, een zeer volwassen Limburger, huilend vertelt dat hij hoopt ooit een Bugati van zijn vader te krijgen.

Terug naar Penstraat op Curaçao. Dat is de straat waaraan zowel ons hotel als de supermarkt waar we tijdens de lock down naartoe mogen wandelen, liggen. Vanwege de temperatuur hier, lopen we in een tempo dat daarbij past. Naar Nederlandse begrippen slenteren we dus.

Supermarket Boulevard

Zo slenterden we ruim een week geleden naar de supermarkt toen Carlos op zijn luxe ATB naast ons kwam fietsen. Na wat inleidende vragen (komen jullie uit Nederland, zijn jullie op vakantie) vertelde hij een zielig verhaal over een echtpaar dat bij hem in de buurt woonde, die de vulkaanuitbarsting op Sint Vincent waren ontvlucht (klopt dat daar enkele dagen daarvoor een uitbarsting was) en die nu geen geld hadden om elektriciteit te kopen. Kortom, een bedelverhaal met de potentie van de waarheid. Omdat ik niet zo geloof in het geven van geld, bood ik Carlos aan om samen met hem dan wat elektriciteit te gaan kopen. Veel huizen in de verhuur op Curaçao gebruiken het Pagatinu systeem, waarbij je een tegoed aan stroom koopt (supermarkt/benzinestation) en met de code je meter in huis weer “opwaardeert”.

Dat vond hij wel een goed idee. Toen hij in de gaten kreeg dat we zelf ook boodschappen gingen doen, was hij wel brutaal genoeg om voor zichzelf ook nog wat yoghurt en een flesje propaangas te vragen. Ook dat hebben we maar gedaan.

Tijdens onze wandeling terug naar het hotel kwam Carlos ons weer achterop gefietst en vertelde dat hij aan de Penstraat woonde. Hij wees ons zijn huisje aan. Daar woonde hij met zijn zus en zijn zoon, die in een rolstoel zat. Hij nodigde ons uit om vis te komen eten, die hij dan zou gaan “regelen”. Echt op z’n Curaçaos, met bonen en tomaten.

Stukje van Penstraat met rechts het huisje van Carlos

Het is er nog niet van gekomen. Een paar dagen gelden liep ik Carlos weer tegen het lijf. Hij kwam met een omstandig verhaal dat hij geen bericht had kunnen sturen over het etentje. Maar dat het zeker wel door zou gaan. Na nog wat beleefdheden probeerde hij het nog even: “Het duurt nog twee dagen voordat ik weer geld krijg, zou je mij misschien wat geld kunnen geven?”.

Ik ben benieuwd of we na deze mislukte poging nog een uitnodiging krijgen voor dat etentje. We gaan hem zeker nog wel een keer tegenkomen in de Penstraat….

Volgende week aflevering twee: Eddy de wijze Indiër en plantenexpert

donderdag 15 april 2021

Curaçao: goed te doen ook nu

 

Zoals je hiervoor hebt gelezen, zijn we onverwacht op Curaçao beland, in plaats van op Bali. Een paar dagen nadat de overheid alle toeristen en stagiaires opriep om Curaçao te verlaten, besloten wij er naartoe te gaan. Eigenwijs? Tegendraads? Onnodig risico? Wij geloofden van niet en na ruim een week hier op het eiland kunnen we dat bevestigen.


 Op Curaçao was er even een enorme verhoging van het aantal besmettingen en liepen het ziekenhuis en de IC helemaal vol. Reguliere zorg kwam daarmee bijna stil te liggen. Dat was ook het belangrijkste argument voor de Nederlandse overheid om die terugroepactie te doen. Maar met iets verder kijken dan dat ene moment, zagen wij dat het vaccineren op Curaçao veel sneller op gang kwam dan in Nederland, dat de maatregelen: avondklok, winkels dicht, stranden gesloten, maximaal 2 dagen in de week met je auto rijden, niet afhalen bij horeca (die mogen alleen bezorgen en dan nog voor 18 uur), goed werden nageleefd en ook snel effect hadden.

Daar kwam bij dat we hadden besloten voorlopig onszelf "op te sluiten" in een strandresort. We namen (bewezen want negatieve PCR-test) geen Covid-19 mee naar Curaçao. We leven hier de maatregelen goed na. Er zijn erg weinig mensen, terwijl volgens ons (als je je aan de regels houdt) een korte(re) vakantie hier ook nu prima kan. Het zou ook de horeca en het eiland erg helpen. Testfaciliteiten hier zijn goed en zijn er veel. In verschillende hotels zelfs. Supersnelle uitslag op je PCR test en ook gratis sneltesten.

Prettige bijkomstigheid hier is ook dat de mensen niet zo erom veel en zo fel over  de maatregelen discussiëren en zeuren. "Het is zoals het is en we maken er het beste van.". De temperatuur hier helpt natuurlijk wel om je wat rustiger te gedragen.

 

 We mogen wel (overdag) naar de supermarkt lopen. Dat moet rechtstreeks via de kortste route naar de dichtstbijzijnde supermarkt. En de politie controleert daar echt op. Daar mag maar 1 persoon naar binnen, met een verplicht schoongemaakt wagentje of mandje. Dat is afgelopen week drie keer ons "uitje" geweest. En zelfs dat kan tot leuke avonturen leiden. Zo werden we gisteren aangesproken door Carlos, met een zielig verhaal. In een volgend blog zal ik dat uitgebreid vertellen. Het leidde er in elk geval toe dat we zijn uitgenodigd om bij hem binnenkort, als het weer kan, te komen eten.

In de afgelopen week hebben we ook eten laten bezorgen. Het hotel waar we zitten vindt dat helemaal prima. Zij snappen dat we ook niet elke dag van hun kaart willen eten en ze gunnen het de collega horeca-ondernemers. En ook met spulletjes uit de supermarkt kunnen we af en toe een "maaltijd" maken.

Kortom: we voelen ons volkomen veilig, genieten van het weer, de zee en de zon en we maken er het beste van. Volgende keer meer!


 


maandag 5 april 2021

Spannend; en toen liep het anders

 Alle voorbereidingen waren klaar. Op 31 maart zouden we voor drie maanden naar Bali vertrekken. We zouden gaan genieten van alles wat het eiland te bieden heeft. Zon, cultuur, natuur, heerlijk eten en rust en kalmte. Alles was klaar, het wachten was alleen nog op het visum. En dat bleek wel een dingetje zo in de Coronatijd op weg naar de derde golf met de Britse variant. De richtlijnen van de immigratie autoriteit veranderde nogal eens en het lukte onze visumagent niet om onze visa tijdig aan te kunnen vragen. Er was, twee dagen voor ons geplande vertrek, wel sprake van nieuwe versoepelingen maar niemand wist wanneer precies en of we dan zeker een visum zouden krijgen.

Op maandag 28 maart, twee dagen voor ons vertrek moesten we besluiten nemen. De vlucht naar Bali hadden we al eerder verzet naar Jakarta omdat we daar in quarantaine zouden moeten gaan, alvorens te kunnen doorreizen. En voor het af laten nemen van een PCR test en het wachten op de uitslag, werd het nu ook erg kort dag.

Gelukkig zijn we in het afgelopen jaar expert geworden op het gebied van flexibiliteit en dingen nemen zoals ze komen. In de middag van die betreffende dag, hebben we contact gehad met de verhuurder van de villa op Bali en die was genegen onze boeking te verschuiven. We hebben contact gehad met KLM en zij waren bereid onze vlucht te verplaatsen. Daarop hebben we besloten de reis door te schuiven naar medio september.

Maar omdat mijn opfrisverlof (seculiere term voor sabbatical) inmiddels was ingegaan wilde ik in geen geval thuis blijven. In hetzelfde telefoontje met KLM waarin we onze vlucht naar Bali verzetten, boekten we tickets naar Curaçao. Daar wilden we eind van het jaar naartoe verhuizen en de reis naar Bali zou een tussenfase zijn.

Drie dagen nadat daar we de tickets boekten, rees op Curaçao  Covid-19 volslagen de pan uit en riep de Nederlandse overheid alle toeristen en stagiaires op om zo snel mogelijk terug te keren.

Opnieuw een groot dilemma dus. Hoe moesten we de ernst duiden, wat beoogde de overheid met het terug roepen? En wat waren we in dit geval? We beschouwen onszelf voor deze reis niet als gewone toeristen. We gaan voor drie maanden en we gaan onze emigratie naar Curaçao voorbereiden. 

Bovendien hadden we besloten om eerst veertien dagen in een strandhotel/ressort te verblijven. De stranden bij een ressort mogen open zijn voor de eigen gasten. Bovendien vonden we dat we wel veertien dagen in luxe hadden verdiend. Eigenlijk gaan we daarmee in een soort quarantaine voor twee weken. De aangescherpte maatregelen op Curaçao gelden tot 16 april en dan zitten wij nog in die (toegegeven luxe) quarantaine.

Kortom we besloten: we gaan. De PCR test was negatief, het Non-Covid-19 certificate geprint, de Immigratiecard ingediend en de PLC (Passenger Locator Card) ingevuld en doorgestuurd. Zojuist ingecheckt en dan zijn we morgen vertrokken. Een week later dan gepland en naar precies de andere kant van de wereld.

Maar ach, kniesoor die daarover zeurt.



dinsdag 9 maart 2021

Mijn beste vrienden

Dit waren ze in de afgelopen maanden; mijn beste vrienden. Wat hebben ze hun best gedaan om mij het leven makkelijker te maken. Wat mijn leven in die periode uit bestond, vraag je? Dat zal ik je vertellen.



Jeannette mijn vriendin heeft haar winkel, Vandaag concept store, verkocht omdat wij eind maart 2021 voor drie maanden naar Bali gaan en later in het jaar (oktober/november) naar Curaçao verhuizen. De verkoop kwam in november rond en op 15 december moesten de winkels helemaal dicht. Gelukkig had Jeannette haar social media goed op orde en kwamen er veel bestelling via FB, IG en de webshop binnen. Ook de verkopen via platform Trouva (internationaal) liepen goed door.

Wegens de verkoop van de winkel kwamen er niet zoveel leveringen van nieuwe spullen binnen. De verpakking van die leveringen gebruikten we altijd om de spullen die Jeannette moest verzenden, in te pakken. Tegelijkertijd moest het deel van de handelsvoorraad dat met de verkoop van de winkel niet zou worden overgedragen worden ingepakt. 

Dat betekende grote dozen kleiner maken, van twee dozen één grote doos maken, grote stukken karton ombouwen tot bruikbare dozen en dat was dus allemaal meten, snijden, vouwen en plakken.

Deze drie vrienden hebben me hier doorheen geholpen. En BTW: de rolmaat met de mooie naam FatMax en ik gaan al lange tijd terug. Bij de verbouwing (2008) van het huis waarin nu mijn dochter met haar gezin woont, was hij ook al van onschatbare waarde.

Op 1 maart was alles klaar en gaan we focussen op ons vertrek. Over onze avonturen zullen we ook regelmatig bloggen.

zondag 3 maart 2019

Riga, een spannende stad



Riga, een spannende stad

Het was voor een deel toeval dat ik in Riga belandde. Voor zaken en alleen vloog ik van Amsterdam naar Riga met Air Baltic. Met twee Nederlandse piloten in de cockpit en een vierkoppige cabinebemanning uit Letland, denk ik. Met een Airbus A220, wat eigenlijk een model van Bombardier is maar sinds enige tijd door Airbus wordt verkocht. We hadden een comfortabele vlucht met dit stille en zuinige vliegtuig. Na een zachte landing bleek Riga Airport een fraai vliegveld; drie “pieren”, een behoorlijke winkelvoorziening en snelle afhandeling. Ik vroeg me af of de hand van Schiphol een rol heeft gespeeld bij het bouwen en inrichten van deze luchthaven.


Toeval zei ik: we hadden als eigenaren van een meubelmerk wel eens zitten filosoferen over het verplaatsen van de productie naar het gebied waar het meeste materiaal voor onze meubels ook vandaan komt: Finland, de Baltische staten en Rusland. Ik was eerder al eens twee keer (heel kort) in Tallin, de hoofdstad van Estland geweest. Daar ontdekte ik dat de sfeer en cultuur best wel aansloten bij die van ons. De hoofdsteden van alle drie de Baltische staten zijn oude Hanzesteden en liggen op dezelfde route als Zutphen, Zwolle, Hamburg en zo verder. Korte tijd voor mijn vertrek verscheen er in de in Twente vertrouwde Tub (kort voor: Twentsche Courant / Tubantia) een artikel over het Twents als Nedersaksische taal die tot zelfs in de Baltische staten te herkennen is. Als voorbeeld werd in het artikel een kerktoren in Riga genoemd die “Kiek in de kök” heet, wat “kijken in de keuken” zou betekenen. Los daarvan: het klopt wel dat ik veel gesproken en geschreven taal al snel snapte (ik ben een in Twente wonende Nederlander).
 
Kiek in de Kök
Gevoelsmatig hadden dus de Baltische staten wel onze voorkeur om daar eerst eens wat onderzoek te doen. Het toeval zat hem erin dat de WTC-Twente businessclub, waar we lid van zijn, een dag organiseerde over het zaken doen in het buitenland. Daar was iemand van de Letse overheid aanwezig. Wanneer deze schone Letse niet zo enthousiast zou hebben verteld over de hulp die haar agentschap kon bieden bij ons onderzoek dan was het maar de vraag of ik deze trip had ondernomen.

Van een collega kreeg ik de tip om het boek “Baltische Zielen” van Jan Brokken te lezen. Dat heb ik gedaan en dat boek geeft een mooi overzicht van de historie van Letland; al zijn periodes met steeds verschillende overheersers. Brokken beschrijft aan de hand van de verhalen van een aantal bekende Letten de invloeden van die verschillende periodes op de ontwikkeling en de cultuur van Letland.

Vrijheidsmonument


Riga heeft de "oude stad”, het centrum en de rest van de stad. Middeleeuws in de oude stad en hypermodern, bijvoorbeeld de bibliotheek, wisselen elkaar af. Oude Letten, nors kijkende door het leven getekende mensen en studentikoze hipsters en paraderende fotomodellen gebruiken gezamenlijk deze stad. Dwalend door de oude stad kan je niet heen om de vele plekken waar wordt gewerkt aan restauratie en vernieuwing; de stad bloeit en dat is merkbaar. Ook buiten de oude stad worden er heel veel panden in de oude staat teruggebracht. Vaak gaat het dan om de kenmerkende saaie Russische kazerneachtige woonblokken. Er is een belangrijke uitzondering. In het noordelijke deel van het centrum is een wijk met de meest bijzondere Jugendstil panden. Die zijn voor een groot deel al gerestaureerd.
Conclusie: Riga is een fraaie stad waar veel te zien is, waar veel is te zien en waar je prima kunt vertoeven.









woensdag 3 augustus 2016

Trip to Kastelorizo ( where??? Kastelorizo !!!)

We could not remember the exact time we last saw each other but it must have been at least fifteen years. We had both been working at the regional police force around Eindhoven. Elma was responsible for the police force’s communications. A job she performed very professionally. I was a police commissioner and had left the force a few years earlier but was invited now and then at the working jubilee of former colleagues. That is where Elma and I must have met last.
About two years ago I accidently found Elma again; she was being mentioned in a Facebook post. In the period we were working for the police, I once briefly met her Greek husband Vangelis. I do remember her telling stories about their trips to Greece, visiting his parents on the mainland north of Athens.

From the facebook post I determined that Elma and Vangelis had settled on a Greek island named Kastelorizo. Finding the island on google maps required zooming deep down for this island is but a very small dot right before the Turkish coast, south of Rhodes. I send a friendship request and I followed Elma from a distance for over a year. I could see that some former colleagues were following her and that one or two actually visited them. The pictures from Kastelorizo that Elma shared were wonderful. Seeing that pictures you could almost smell and hear everything on it; the flowers, the Mediterranean and the fresh caught fish.



A few months back Jeannette and I were convinced that we had earned a short leave and we certainly needed it for we had been working our ….. off for quite some time. We decided to visit Kastelorizo and see how Elma and Vangelis were doing. Now Jeannette is a former travel agent so she found the perfect way to organise this trip. A very early flight from Schiphol Amsterdam brought us to Rhodes were we checked in to a small boutique hotel in the old town. The Evdokia hotel was a renovated knights house and showed very nice details from that time. After having admired the nice hotel guided by the owner, we went to buy tickets for the ferry from Rhodes to Kastelorizo that would sail the next morning at 10 o’clock. That left us plenty of time to visit the old town of Rhodes and spent some time at a very trendy beach club at Elli Beach. Late that night we finally got a table at a very nice restaurant.



Docking, unloading and loading a ferry can go very smoothly. We Dutch have plenty of ferries and we are very organized in this. Now this ferry that hops the Greek islands, does so every day, for years and years but…… every time it looks like it is the first time it ever happens. While pedestrians and cars leave the ferry at the same time, the pedestrian that wants to embark starts walking in the opposite direction on the already crowded ramp. The ships personnel are shouting, running up and down and screaming their hearts out (I suppose the walkie talkie they are holding in their hand doesn’t function).  And then, when we left this craziness of the hot and smelling ramp, we went through a door and there was a totally different atmosphere. Well-dressed stewards welcomed us and gestured us up the escalator stairs, all well air conditioned. We passed a lovely lunge and restaurant on our way up to one of the outer decks. With a well-stocked bar on that deck we started the three-and-a-half-hour sail to Kastelorizo.



Arriving at that small hidden island is a mere fairy-tale. The Blue Star Paros had to sail one quarter around the island before it deployed its beautiful main harbour. Colourful buildings lined up around the harbour that seems way too small to facilitate the big ferry. But it fills up the harbour, docks and the same hectic unloading and loading repeated itself. We stepped aside until we could calmly start our walk along the harbour. After just two minutes we reached Radio Café, and Elma was waiting on the small stairs in front of the entrance.

It was a warm reunion after all these years and we sat down at the edge of the harbour on their terrace to exchange the first essential information. When was…. Who was again…. Where did…. How was…. At the time the first customers sat down and started ordering lunch, we left Elma and Vangelis to do their work and we went to see our hotel at the opposite side of the harbour; the Poseidon Hotel.
Now on Kastelorizo the few hotels are not what you would expect. No big buildings but several former houses that are transformed in hotel rooms. In one of the hotel houses we found the reception where we received a warm welcome. We were given a very new, big and beautiful room / apartment. Classic living, efficient bedroom and a very design and trendy bathroom. A nice balcony in front with a view at the harbour.

Now you need to know that Kastelorizo has around 250 inhabitants. At this time there also are over 100 soldiers and some civil servants as teachers, post office employees, harbour control and so on. All together that brings the number at a small 400 people. Now in summer all hotel rooms are booked as are the B&B’s and the second houses will be occupied. But even then there will be not more than some 900 people on the island. In former wealthy trading periods the island had around 14.000 inhabitants. During WWII the island has been destroyed and almost all inhabitants fled. Many of them went to Australia and today some of their offspring is resettling on the island. Mostly by buying a summer home.



Touristic stuff we did: we went to the blue cave where small sloops can enter and where the sun lightens the ceiling clear blue through the water that seems to be glowing. Walk to the other side of the island, the smaller Mandraki harbour. Wanted to cross to Kas, the Turkish town opposite of Kastelorizo but there were not enough people to make the captain sail.

But most of all we enjoyed the weather, swimming in the harbour together with the caretta caretta (loggerhead sea turtles) that swim there and are looking for treats from the fishermen and cooks. We tasted good food; grilled octopus, stuffed tomatoes, goat stew, moussaka and much more.
Kastelorizo has many many lovely people who are more than willing to help you, tell about the island and their life.



We’ll be back !!!